Ouders zijn de expert van hun kind. Zij kennen het kind het best. Bovendien
zullen zij hun leven lang het kind bijstaan, terwijl trainers en therapeuten
komen en gaan.
Door ouders sterker te maken in de omgang met hun kind en dat te laten
aansluiten bij hun eigen wensen en mogelijkheden, kunnen zij hun eigen
krachten gebruiken om oplossingen te vinden voor hun kind.De vraag of de
ouders betrokken moeten worden bij de hulpverlening is dan ook niet aan de
orde. Het gaat er alleen nog om hoe en wanneer.
Opgedane kennis tussen ouders, groepsleiding en overige hulpverleners wordt zoveel
mogelijk gedeeld. Er is regelmatig overleg over de voortgang van een kind.
Ouders zijn hierbij aanwezig en hebben hun eigen inbreng.
Om de verschillende hulpverleners met elkaar te verbinden werken we
met het principe ‘één kind, één plan’ . Dit betekent dat we de verschillende
hulpverleners rond een kind uitnodigen voor gezamenlijk overleg, om zo tot
één plan te komen.
Intensief contact tussen ouders en de medewerkers van De Blauwe Zon is van belang. Bij het brengen en halen van de kinderen is er gelegenheid om informatie uit te wisselen. Het is altijd mogelijk om een afspraak voor een uitgebreider gesprek te maken of via de mail contact te hebben.
Eens per week ontmoeten ouders elkaar, op donderdag tussen 9.00 en 10.00 uur, tijdens de koffieochtend. Meestal is een medewerker van De Blauwe Zon hierbij aanwezig.
Als blijkt dat een kind extra ondersteuning in de vorm van logopedie,
fysiotherapie, etc. nodig heeft, vragen wij de ouders dit zelf te organiseren.
Het idee hier achter is dat wanneer de plaatsing op De Blauwe Zon stopt, de
andere hulpverleners ‘meegaan’ met het kind.
De Blauwe Zon biedt de mogelijkheid om (een deel van) de behandeling
op de groep te laten plaatsvinden. Op deze manier wordt kennis gedeeld,
wat de ontwikkeling van het kind ten goede komt.